Na een maand stage-rust was het vandaag weer tijd om les te geven. Erzsi zou komen kijken, Jelmer zat vanwege de stakingen opgesloten in Nieuwegein en ik mocht het hele blokuur vullen. We begonnen het lied ‘Da doo ron ron’ te herhalen en het verbaasde me hoe goed ze het nog kenden en zongen. Daarna heb ik uitgelegd wat precies het verschil is tussen een djembé en een conga en ze luisterden ademloos (toch fijn). In groepjes van vier moesten ze een slagwerkbegeleiding maken bij het lied, waarbij ze tenminste gebruikmaakten van een djembé of conga, bodypercussie en klein slagwerk. Ook moest de maat duidelijk te horen zijn, want zonder maat geen muziek, zonder hartslag geen leven.
Het was echt knetter lawaaierig, wat op zich wel te verwachten was. Sommige groepjes hadden samenwerkingsproblemen, andere groepjes vergaten dat de maat ook de maat van dát liedje moest zijn. Rond deze tijd kwam Erzsi pas binnen (ze had drie kwartier voor de spoorwegbomen gestaan), die zal zich ook wel afgevraagd hebben in wat voor kippenhok ze terecht was gekomen. Na een kwartier was het tijd om de creaties aan elkaar te laten horen: om de beurt lieten de groepjes hun slagwerkbegeleiding horen, terwijl een van de andere groepjes het lied zong. Ze deden het helemaal niet slecht, maar het giebelgehalte was vrij hoog, vooral bij de dames. Het commentaar uit de klas was niet erg objectief en dat had weer grote discussies tot gevolg, over de vraag wie het mooist had gezongen etc.
Nadat alle groepjes waren geweest, hebben we nog een aantal liedjes gezongen. Toen was de les eindelijk voorbij en was ik er ook wel klaar mee. Het is toch vermoeiend om anderhalf uur de lieve vrede te bewaren en steeds te zorgen dat de leerlingen luisteren naar wat je te zeggen hebt. De evaluatie met Erzsi – buiten, op het schoolplein – was een stuk rustgevender. Ze vond dat het over het algemeen heel aardig ging, maar dat er een aantal verbeterpunten waren. Ik mag bijvoorbeeld muzikaal meer van de klas verwachten en ook strenger en consequenter zijn. Volgens Erzsi straal ik autoriteit uit en weet ik wat ik wil, en mag ik daar meer gebruik van maken. Ik moet me véél meer ‘laten gelden’. Goede tips voor de volgende keer!