Stage 28 mei

Zo gezegd zo gedaan: vandaag hebben we de canon afgemaakt. Ik had aan Jeroen gevraagd hoe ik het nummer het beste kon begeleiden, en dat hielp al een heleboel. De klas deed het goed: ze zongen, deden wat ik wil en luisterden prima. Ze waren wel een beetje rumoerig, maar dat gaf mij kans om wat strenger en meer de baas te zijn. Toen we alle stukjes opnieuw hadden geoefend, was het tijd om tweestemmig canon te proberen. Dat lukte! Helaas ging probeerde de ene groep zo hard mogelijk te zingen om de andere groep te overstemmen, dus heb ik het stil gelegd en verteld dat je een canon SAMEN zingt en dat het dus geen wedstrijd is. De tweede keer ging het beter en na verloop van tijd hebben we hem ook driestemmig gezongen.

Lennard vond ook dat het goed ging. Hij gaf als tip dat je bij zo’n lied beter eerst de baspartij goed neer kunt leggen, zodat de rest altijd steun heeft. Omdat Jelmer ziek was, heb ik na mijn les gezien hoe Lennard uitlegde wat het verschil is tussen een achtse-, kwartnoot etc. en wat al die tekentjes als rusten en maatstrepen betekenen. Het was wel heel leerzaam om te zien hoe je kunt zorgen dat iedereen het snel begrijpt. Volgende week de laatste les!

Stage 21 mei

Vandaag stond er een canon op het programma, want dat leek me een goede manier om meerstemmig te leren zingen. Ik had gekozen voor ‘Everybody loves my baby’, die we ook in een van de hoofdvaklessen gedaan hebben. Een uitdaging, maar wel heel leuk. Ik begon uit te leggen wat het verschil was tussen een downbeat en een afterbeat en liet de leerlingen dit klappen. Vervolgens knipten ze op de afterbeat terwijl ik de baslijn van het nummer voorzong. Zij zongen na, dan meisjes, dan jongens etc. Toen alle regels van het lied er behoorlijk inzaten, begeleidde ik op de piano terwijl de leerlingen het hele lied zongen. Tot slot hebben we het in tweestemmig canon geprobeerd, maar dat werd een heerlijk soepje.

Reflectie: het ging op zich prima, ik heb aan de tips van vorige week gedacht (meer autoritair zijn, strenger zijn) en voor mijn gevoel ging dat goed. Ik had een passender begeleiding moeten maken, de akkoorden twee keer zo snel moeten wisselen (foutje), het verhaal over de downbeat/afterbeat pas moeten houden terwijl we al bezig waren met het nummer en alwéér vergat ik af en toe de maat duidelijk aan te geven. Volgens Lennard waren dit de gebruikelijke beginnersfouten en zou het allemaal wel goed met me komen. Volgende week ga ik proberen om de canon af te maken.

Stage 14 mei

Na een maand stage-rust was het vandaag weer tijd om les te geven. Erzsi zou komen kijken, Jelmer zat vanwege de stakingen opgesloten in Nieuwegein en ik mocht het hele blokuur vullen. We begonnen het lied ‘Da doo ron ron’ te herhalen en het verbaasde me hoe goed ze het nog kenden en zongen. Daarna heb ik uitgelegd wat precies het verschil is tussen een djembé en een conga en ze luisterden ademloos (toch fijn). In groepjes van vier moesten ze een slagwerkbegeleiding maken bij het lied, waarbij ze tenminste gebruikmaakten van een djembé of conga, bodypercussie en klein slagwerk. Ook moest de maat duidelijk te horen zijn, want zonder maat geen muziek, zonder hartslag geen leven.

Het was echt knetter lawaaierig, wat op zich wel te verwachten was. Sommige groepjes hadden samenwerkingsproblemen, andere groepjes vergaten dat de maat ook de maat van dát liedje moest zijn. Rond deze tijd kwam Erzsi pas binnen (ze had drie kwartier voor de spoorwegbomen gestaan), die zal zich ook wel afgevraagd hebben in wat voor kippenhok ze terecht was gekomen. Na een kwartier was het tijd om de creaties aan elkaar te laten horen: om de beurt lieten de groepjes hun slagwerkbegeleiding horen, terwijl een van de andere groepjes het lied zong. Ze deden het helemaal niet slecht, maar het giebelgehalte was vrij hoog, vooral bij de dames. Het commentaar uit de klas was niet erg objectief en dat had weer grote discussies tot gevolg, over de vraag wie het mooist had gezongen etc.

Nadat alle groepjes waren geweest, hebben we nog een aantal liedjes gezongen. Toen was de les eindelijk voorbij en was ik er ook wel klaar mee. Het is toch vermoeiend om anderhalf uur de lieve vrede te bewaren en steeds te zorgen dat de leerlingen luisteren naar wat je te zeggen hebt. De evaluatie met Erzsi – buiten, op het schoolplein – was een stuk rustgevender. Ze vond dat het over het algemeen heel aardig ging, maar dat er een aantal verbeterpunten waren. Ik mag bijvoorbeeld muzikaal meer van de klas verwachten en ook strenger en consequenter zijn. Volgens Erzsi straal ik autoriteit uit en weet ik wat ik wil, en mag ik daar meer gebruik van maken. Ik moet me véél meer ‘laten gelden’. Goede tips voor de volgende keer!