Essay HDM6

Muziekonderwijs vraagt om lef

Een aantal weken geleden kwam ik Juf Lian tegen, mijn basisschoolleerkracht in groep 3. Ik vertelde haar over mijn studie en ze was blij om te horen dat ik zowel met muziek als in het onderwijs ben (door)gegaan. Ze zei dat ze vond dat ik ook als zesjarig ‘al zo leuk’ kon zingen. “Je weet het waarschijnlijk niet meer,” begon ze, “maar als ik mijn blokfluit niet bij me had of een liedje niet goed kende, vroeg ik jou altijd om het voor te zingen. Jij begon altijd op de goede toon en zong zo zuiver! Na die tijd heb ik nooit meer een leerling gehad die dat zo goed kon als jij.”

Natuurlijk vond ik het leuk om te horen dat ik als kind blijkbaar muzikaal ingezet werd voor de klas. Aan de andere kant; Juf Lian geeft nog steeds les, dus wie zingt nu de liedjes op de goede toon voor? En dan te bedenken dat zij nog een van de meest muzikale leerkrachten op mijn basisschool was en ik me nog behoorlijk wat van haar (christelijk) liedjes kan herinneren.

Uit eigen stage-ervaringen weet ik ook dat er zeer veel basisschoolleerkrachten zijn die zich niet bekwaam genoeg voelen om muziekles te geven en het daarom niet doen. Zonde, want het is zo’n leuk en belangrijk vak! Kinderen leren zich creatief en sociaal beter ontwikkelen en bovendien is muziek overal in onze maatschappij. Het is daarom goed om kinderen al op jonge leeftijd met muziek in aanraking te laten komen.

Als er op elke basisschool een vakdocent muziek zou rondlopen was er geen probleem. Dan zou hij/zij alle klassen doceren, zouden er grotere muziekproducties zoals bijvoorbeeld musicals mogelijk zijn en is er een muzikale leerlijn die begint bij de kleuters en eindigt bij groep acht. Helaas hebben de meeste basisscholen geen budget voor een muziekdocent en zullen de leerkrachten het zingen voor eigen rekening moeten nemen. Dat zou ook geen probleem moeten zijn, want alle leerkrachten hebben in hun opleiding geleerd hoe ze dit kunstvak moeten geven. Directeur Eric Hoorn van OBS Et Buut in Zaandamvindt het doodzonde dat er zo onzorgvuldig met het muziekonderwijs wordt omgegaan. Er is volgens hem zeker een muziekcultuur in Nederland, dus moet dit vak ook zeker worden gedoceerd. Toch is het zo dat er in veel basisschool niet of nauwelijks muziekles wordt gegeven. Waar gaat het mis?

Tijd voor onderzoek! Samen met mijn klasgenote Kiki heb ik een enquête gemaakt voor basisschoolleerkrachten. Daarin hebben we ze gevraagd naar de inhoud, duur en frequentie van hun muzieklessen, maar ook hebben ze ingevuld of ze zich bekwaam genoeg voelen om muziek te geven, al een muzikale achtergrond hadden en hoe ze de muzieklessen op de PABO ervaren hebben. Helaas hebben maar weinig leerkrachten van slechts vier verschillende basisscholen deze enquête ingevuld en is deze dus niet lang niet representatief voor alle leerkrachten in Nederland.

Wat opvalt is dat ongeveer 90% van de ondervraagden aangeeft zelf veel affiniteit met muziek te hebben en dit lijkt me erg bovengemiddeld. Interessant is dat ruim 70% de muzieklessen op de PABO niet als volledig toerijkend heeft ervaren. Vooral de leerkrachten die minder dan 5 jaar lesgeven geven aan zich niet bekwaam genoeg te voelen. Een aantal leerkrachten had onder andere meer praktijkvoorbeelden, lessen uit de methode en lessen die aansluiten op de praktijk gedoceerd willen krijgen op de PABO. Verder geeft een andere leerkracht aan een tipboek met uitgewerkte lessen te willen hebben. Hieruit concludeer ik dat de lessen op de PABO onvoldoende aansluiten bij het geven van muziek in de praktijk.

Om een beeld te krijgen van het vak muziek op de PABO’s in Nederland hebben we de scriptie van Ellen Bothof gelezen. Daaruit blijkt dat er zeer grote verschillen zijn tussen de PABO’s op het gebied van muziek. Op de een wordt er vrij veel tijd en aandacht besteed aan muziek, op de ander nauwelijks. Vervolgens krijgen alle studenten wél hetzelfde diploma en hetzelfde soort leerlingen. Volgens Ellen is er totaal 80 uur nodig om PABO-studenten de basale kennis van het vak aan te leren, oftewel 20 uur per jaar.

Om dieper op dit onderwerp in te gaan hebben we een gesprek gehad met muziekdocent Suzanne Taylor, invaller op de Theo Thijssen Academie in Utrecht. Daar krijgen de studenten per jaar 12 uur muziekles in een blok van zes weken; minder dan Ellen in haar scriptie adviseert. Toch zijn er volgens Suzanne genoeg uren, maar is het probleem dat deze niet goed zijn ingedeeld. Tijdens de lessen leren de studenten vooral zelf musiceren en niet hoe dit later in de beroepspraktijk te doceren. Ook moeten ze erg veel theorie kennen waarvan ze de kennis en vaardigheden waarschijnlijk op een basisschool nooit zullen gebruiken. Ze worden uitsluitend met een theoretisch tentamen getoetst en naar mijn idee is dat niet juist aangezien het vak muziek toch echt een praktijkvak is. Suzanne: “De studenten zijn niet bekwaam om muziekles te geven zodra ze van de PABO komen. Er wordt weinig van ze verwacht, want er zijn geen richtlijnen. Laat de studenten veel meer zingen, meer praktijk, minder theorie. Ze zouden tijdens hun stages verplicht muziekles moeten geven en daarmee kunnen ze de lessen meteen toepassen in de praktijk. Studenten moeten leren zelfstandig met muziek om te gaan.”

Na dit gesprek zijn we in de bus gesprongen en hebben we deze PABO zelf aan een onderzoek onderworpen. In de les die we bijwoonden leerde een tweedejaarsstudent ‘Schipper mag ik overvaren?’ aan aan de rest van zijn klas. Hij leek niet te beseffen dat het niet om zijn medestudenten ging, maar om hem. Bovendien zong hij niet zuiver en had hij het geluk dat de klas het lied al kende. Schokkend, vond ik. De medestudenten hadden overigens geen commentaar op zijn zang en vonden het al snel goed.

Wat hebben deze studenten in de afgelopen 1,5 jaar geleerd? Nou, onder andere hoe je een rondo moet schrijven, hoe een melodie getransponeerd wordt en dat een trombone géén slaginstrument is. Voor het vak muziek moeten de leerlingen een theoretisch boek aanschaffen dat ze in de lessen vervolgens nooit gebruiken. In dat boek staat zelfs schematisch beschreven hoe je een canon moet dirigeren. Zou het niet beter zijn om een les te besteden aan canon zingen en de daarbijbehorende inzetten? Volgens mij worden de lessen op de PABO, zoals Suzanne al zei, verkeerd ingericht. Want leerkrachten gaan op de basisschool geen rondo’s maken, maar liedjes zingen. En ze zullen geen melodieën transponeren, maar meezingen met een cd.

In Muziek&Onderwijs slaat Anthony Zielhorst de spijker op zijn kop: “We lijken niet meer te kijken naar wat kinderen nodig hebben, maar we laten onze oren hangen naar wat de studenten willen en schijnen te kunnen. Deze stellingname vind ik – vanuit de opleiding gezien – immoreel. We hebben ten aanzien van de kwaliteit van het muziekonderwijs een maatschappelijke verantwoordelijkheid waarvoor we niet weg mogen lopen. Als blijkt dat het niveau van de pas opgeleide leerkrachten niet voldoet, moeten wij als PABO-docenten onze idealen niet aanpassen aan wat kennelijk haalbaar is. We zouden naar onszelf moeten kijken en naar de wijze waarop wij het onderwijs hebben ingericht.”[1]

Sinds jaar en dag wordt er geklaagd over de slechte kwaliteit van het muziekonderwijs. Ik denk dat we dit probleem bij de bron moeten aanpakken; op de PABO. Leer studenten zingen, leer ze liedjes die ze voor de rest van hun leven kunnen toepassen. Werk op de PABO met een methode die ze ook op de basisschool kunnen gebruiken, zorg dat ze weten waar ze aan hun materiaal en ideeën kunnen komen. Misschien was het idee van een van onze ondervraagden, een tipboek, helemaal geen slecht idee. Kiki en ik dachten zelf aan een site waarop lessen, leerlijnen, thema-ideeën et cetera staan beschreven en waar bladmuziek, liedjes, fragmenten en ander materiaal te downloaden is. Dit kan tijdens de PABO gebruikt worden als methode en in de beroepspraktijk als docentenhandleiding.

Eric Hoorn, directeur van OBS Et Buut in Zaandam kwam tot de volgende conclusie: “Je moet lef hebben om muziekonderwijs te geven. Je moet het gewoon doen, omdat muziek net zo’n vak is als rekenen en taal. Muziek verdient net zoveel waardering. Rekenen laat je ook niet vallen als je het moeilijk vindt om te geven.”[2]

Ik denk dat Eric gelijk heeft. Feit blijft dat niet iedereen aanleg heeft voor muziek en omdat het een kunstvak is kan de drempel hoog zijn. Met de (weinige) bagage die studenten meekrijgen van de PABO, moet het mogelijk zijn om muziekles te geven. In het diepe springen en het gewoon doen is misschien de meest effectieve manier om het muziekonderwijs in Nederland op korte termijn wat op te krikken. Als daarna onze site wordt ontwikkeld, er op de PABO meer gewerkt wordt aan zingen en spelen en er meer aandacht komt voor de rol van de student in de uiteindelijke beroepspraktijk, zal het muziekonderwijs in Nederland eindelijk net zoveel waardering krijgen als rekenen en taal.



Literatuur:
- Muziek&Onderwijs nr.1, januari/februari 2000 "Met de seconde warmer?" Rinze van der Lei
- Muziek&Onderwijs nr. 5, september/oktober 1999 "Komen ze wel eens in basisscholen?" Jan de Vuijst
- Kunstzone april 2006-4 "Muziek een moeilijk vak?" Hans van Eerden
- Scriptie Ellen Bothof "Muziekles- of loos?"
- Kunstzone 2009-4 "Nieuw geluid" Roeland Vrolijk


[1] Muziek&Onderwijs nr.1, januari/februari 2000

[2] Muziek&Onderwijs nr. 5, september/oktober 1999

Geen opmerkingen: